Wij hebben thuis een probleem. Ruzie om de afwas? Wie de kattenbak moet schoonmaken? Het dopje op de tandpasta? Wc-bril omhoog of toch naar beneden? Nee, niets van dat alles. We hebben een chronisch gebrek aan spanning. Of we elkaar dan saai vinden? Nee, dat ook weer niet. Het gaat in ons geval vooral om de 220 Volt-versie. Met een gemiddelde van tien stopcontacten en drie XL-stekkerdozen in onze woonkamer is dat toch wel bijzonder. Het functioneren van ons huishouden is compleet afhankelijk van elektra. Wat heet; als wij stoppen met afnemen dan kunnen de medewerkers van ons energiebedrijf hun bonus wel vergeten.
Bij een poging om mijn nieuwe laptop in te wijden, wordt ons spanningsprobleem weer eens pijnlijk duidelijk. Achter de bank ligt een enorme kluwen van snoeren die bijeen komt bij een stekkerdoos. Door alle ingeprikte stekkers is die al bijna net zo hoog als dat ie breed is. Bij de televisie en bij het bureau hetzelfde verhaal. Het lijkt hier verdikkie wel een televisiestudio!
Ik sta wat verloren midden in de woonkamer met de netvoeding in m'n handen. Vertwijfeld kijk ik om me heen en concludeer dat het me echt niet gaat lukken om mijn nieuwe aanwinst aan te sluiten op het stroomnet. “Ehhh... lieverd, kan er ook ergens een stekker uit?” vraag ik uiteindelijk toch maar tegen beter weten in. “Dacht het niet”, klinkt er geschrokken vanuit het thuiskantoor.
Waar komt die bovengemiddelde afhankelijkheid van het stroomnet vandaan? Dat is goed te verklaren. De heer des huizes is namelijk niet alleen een muziekliefhebber, maar vooral ook heel technisch. Zijn onverwoestbare overtuiging dat alles altijd beter en efficiënter kan, doet de rest. De boxen in huis hebben dus niet het formaat melkpak, wat visite nog wel eens verleidt tot ongevraagde, maar vooral wonderlijke reacties. Bij mijn laatste telling van het aantal afstandsbedieningen in huis kwam ik op acht. Een vermelding op de “rode lijst” zit er niet in dus.
Bijna alles is op afstand te regelen in ons huis, zelfs de bediening van de lampen. Echt wat voor een handige meid als ik; ik had ook maar twee jaar nodig om met de kamerthermostaat van de kachel te leren omgaan. Toen mijn stiefmoeder laatst vroeg waarom we nog geen bediening voor de gordijnen hebben, zag ik mijn vriend denken: “Ja, waarom eigenlijk niet”.
Bij de vraag of ik de televisie wil aandoen om het begin van “Dit was het nieuws” niet te missen, voel ik een lichte paniek opkomen. Ik kan ècht wel omgaan met de techniek hoor... Als ik alleen thuis ben, gaat het prima. Helaas is een black-out onvermijdelijk onder tijdsdruk. Welke afstandsbediening is het ook alweer? Die grijze of toch die zwarte? Op de gok dan maar. Traditioneel volgt er niet veel later een diepe zucht ergens achter de computer vandaan, waarna de afstandsbediening uit mijn handen wordt gepakt; “Je hebt de verkeerde schat, die is van de tuner”.
Voor mij en mijn laptop is het uiteindelijk gelukkig goed afgelopen. Na een speurtocht op de knietjes door het stof onder het bureau viel er nog hier en daar een stekkertje om te zetten. Opgelucht en ontspannen zak ik weg in de kussens op de bank en neem de laptop op schoot. Wat mij betreft was dat wel weer genoeg spanning voor vandaag.
