"Mannen die geregeld hun hoofd breken over ingewikkelde openingszinnen kunnen dit voortaan laten. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ook clichés uitstekend werken".

In gedachten ga ik terug in de tijd..... terug naar de lokale discotheek. Ik was toen een jaar of zestien. Samen met mijn zusje en een paar vriendinnen op zaterdagavond, onwennig langs de rand van de dansvloer. Amateuristisch, zogenaamd geroutineerd een sigaret rokend (ik niet hoor pap!) en met een zuur vertrokken mond doen alsof je geniet van je biertje. En dan noemen ze de jeugd zorgeloos. En wat de openingszinnen betreft; voor mannen was die tijd zwaar. Met een paar biertjes op wordt het bovendien niet beter met de creativiteit. Zo heb ik de twijfelachtige eer om benaderd te zijn met een openingszin die je echt nog nooit eerder hebt gehoord. Nee, echt niet! Ik weet het zeker. Want er is geen normale man die het in zijn hoofd zou halen!

Je zou kunnen zeggen dat het aan mijn stadse roots ligt. Of aan mijn extreme verlegenheid op die leeftijd. Maar de zin: “Je mag wel een stukje meerijden op mijn trekker”, daarvan wist ik echt niet wat ik er mee aan moest. Ongetwijfeld heb ik die arme jongen met een enorm schaapachtig gezicht aangekeken. Na die eerste – vol bravoure uitgesproken – zin verdween zijn stoere houding namelijk als sneeuw op de zon. Uiteindelijk is ie met de staart tussen de benen afgedropen. Volgens mij heb ik niet één woord tegen hem gezegd. In mijn hoofd was ik namelijk nog druk bezig met het bedenken van een passende reactie.

naamloosHad hij toen maar geweten van dit baanbrekende onderzoek! Maar in die tijd hadden de wetenschappers zich nog niet gebogen over dit enorme probleem. Dus wat doe je dan als man; dan trek je natùùrlijk alles uit de kast. Dan laat je zien dat je anders bent dan al die anderen. Dan breek je je van tevoren het hoofd over een creatieve manier om vrouwelijke aandacht te krijgen. Met prachte one-liners als: ‘Geloof je in liefde op het eerste gezicht of moet ik nog een keer langs lopen?’ of 'Heb je een kaart, want ik verdwaal in je ogen’ Of dus: “Je mag wel een stukje meerijden op mijn trekker”,

Wat een energieverspilling. En waarvoor? Want het enige dat ik me van deze arme jongen kan herinneren is zijn vlassige blonde haar, zijn rood aangelopen hoofd vol sproeten en zijn klompen. Want we gingen wel uit op het platteland, dus dat schoeisel is onvermijdelijk. Zijn naam weet ik niet eens: “Dinges” dus. Voor Dinges moet zijn ontmoeting met mij wel traumatisch zijn geweest. Ik heb hem na die avond nooit meer in die discotheek gezien. Zou dat ècht mijn schuld zijn geweest?

Ik hoop dat Dinges uiteindelijk iemand heeft gevonden die mee wil rijden op zijn trekker. En dat hij op eigen houtje heeft ontdekt wat de wetenschappers ons nu eindelijk vertellen. Dat je nog het beste scoort met de onverslijtbare: "Zeg, ken ik jou niet ergens van?" Want ook al is een discotheek voor iemand van 30+ echt verboden terrein en is dit belangrijke onderzoek voor Dinges enigszins mosterd na de maaltijd; een mens is nooit te oud om te leren.